12-02-2018

Voor de ZZP-er en opdrachtgever: roadmap vervanging DBA

We hebben ze al vaker betiteld als een soap: de ontwikkelingen rond de positie van de Nederlandse ZZP-er. Daarmee trekken we een vergelijking met televisieseries waar maar geen eind aan lijkt te komen. Ook de soap rond de ZZP-er heeft er weer een aflevering bij. En de zekerheid dat we nog tot 1 januari 2020 van deze soap mogen genieten.

Roadmap

De positie van de ZZP-er is een van de zaken die het Kabinet Rutte III vlot wil oppakken. Uit eerste overleggen met de partijen in het veld bleek echter al dat dit nog niet zo simpel ligt. De ideeën voor de oplossing, beschreven in de kamerbrief “Naar een nieuwe balans op de arbeidsmarkt” en in ons artikel Hoe zit het nu met de ZZP-er?, werden koeltjes (misschien is ijzig een beter woord) ontvangen.

Minister Koolmees van Sociale zaken heeft onlangs samen met Staatssecretaris Snel van Financiën de Roadmap vervanging DBA naar de Kamer gestuurd. Belangrijkste nieuws is dat de huidige situatie van niet handhaven wordt verlengd tot (voorlopig?) 1 januari 2020. Tot die tijd worden alleen ernstige gevallen van kwaadwillenden aangepakt door de Belastingdienst. Deze situatie bestaat al sinds de VAR op 1 mei 2016 werd vervangen door de Wet DBA.

Gezag verduidelijken

Voor 1 januari 2019 zal de Minister van Sociale zaken komen met een verduidelijking van het begrip gezagsverhouding. Dat kan sneller omdat er geen wetswijziging voor nodig is. Eerst gaat de Minister bij de veldpartijen beluisteren waar de knelpunten met het begrip gezagsverhouding precies zitten.

Kwaadwillenden

Het blijft toch een beetje griezelig dat regelgeving alleen wordt gehandhaafd jegens kwaadwillenden. ZZP-er en opdrachtgever moeten 5 jaar afwachten of de Belastingdienst hen wellicht als kwaadwillend aanmerkt. Die 5 jaar heeft de Belastingdienst immers om belasting en premies bij de opdrachtgever na te heffen.

De roadmap bevat een uitgebreide definitie van het begrip kwaadwillende: “U bent kwaadwillend als u opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat u weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast).”. En vervolgens “Het gaat wel om gevallen waarin opdrachtgevers opereren in een context van opzet, fraude of zwendel. Daarbij kan worden gedacht aan situaties waarin sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting.”.

Vanaf 1 juli 2018 vindt de handhaving niet alleen meer plaats ten aanzien van de evident kwaadwillenden. Handhaving geschiedt ook wanneer de Belastingdienst kan bewijzen dat er sprake is van:

  1. een (fictieve) dienstbetrekking;
  2. een evidente schijnzelfstandigheid;
  3. opzettelijke schijnzelfstandigheid.