02-08-2018

Verwacht je goede winsten: leg de intentie voor een BV vast

Voor ondernemers met goede winsten kan het fiscaal voordelig zijn om hun bedrijf door middel van een BV te drijven. De overgang van eenmanszaak, maatschap of VOF kan fiscaal geruisloos geschieden. En je kunt, als je dat wilt, je definitieve beslissing tot omzetting van je onderneming in een BV nog even uitstellen.

Intentieverklaring of voorovereenkomst

Maar dan moet je wel vóór 1 oktober 2018 in een intentieverklaring of voorovereenkomst vastleggen dat je de bedoeling hebt je onderneming om te zetten in een BV. En je moet dat bewijzen door die intentieverklaring of voorovereenkomst, eveneens vóór 1 oktober 2018, met een formulier aangetekend naar de Belastingdienst te sturen.

De hiervoor genoemde datum van 1 oktober gaat er vanuit dat je onderneming een januari-boekhouding voert. Bij een gebroken boekjaar moet de intentieverklaring of voorovereenkomst naar de Belastingdienst zijn verzonden binnen 9 maanden na de start van een boekjaar.

Een intentieverklaring maak je als je de onderneming als eenmanszaak drijft. Maten in een maatschap of vennoten in een VOF, die allemaal hun onderneming omzetten in een BV, leggen hun intentie vast in een voorovereenkomst. Maten of vennoten kunnen er overigens ook voor kiezen alleen hun aandeel in de maatschap of VOF om te zetten in een BV.

Je legt enkel je intentie vast. Als je uiteindelijk besluit om de BV toch niet op te richten, is dat geen probleem.

Oprichting BV

De inbreng van je onderneming in de BV kan terugwerken tot de eerste dag van het boekjaar waarin je de intentieverklaring of voorovereenkomst vastlegt. Bij een januari-boekhouding is dat uiteraard 1 januari.

De BV moet dan uiterlijk zijn opgericht en de onderneming moet zijn ingebracht binnen 15 maanden na het fiscale overgangstijdstip. Als het overgangstijdstip 1 januari 2018 is, moet de inbreng uiterlijk op 31 maart 2019 zijn vastgelegd in notariële akten. Je hebt dus bedenktijd uiterlijk tot begin volgend jaar.

Het uitstellen van de inbreng van de onderneming naar 2019 kan overigens ook een fiscaal nadeel opleveren. Voor de heffing van vennootschapsbelasting start het boekjaar van de BV namelijk pas op de datum waarop bij de notaris de oprichtingsakte wordt gepasseerd. Voor 2019 ontstaat dan een kort boekjaar, dat loopt van de oprichtingsdatum van de BV tot 31 december 2019. Aan dat korte boekjaar wordt toegerekend de winst van de periode van 1 januari 2018 tot de oprichtingsdatum.

Daardoor wordt in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 de winst belast over 2 volledige kalenderjaren (2018 en 2019). Maar het tariefopstapje in de vennootschapsbelasting kan slechts één keer worden benut. Stel je winst over 2018 bedraagt € 275.000 en die over 2019 € 300.000. Dan wordt in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 belast: € 575.000. De vennootschapsbelasting over deze winst bedraagt 20% * € 200.000 = € 40.000 en 25% * € 375.000 = € 93.750. Totaal vennootschapsbelasting € 113.750.

Zou de winst over 2018 in 2018 zijn belast, dan was ook over de eerste € 200.000 van de winst van dat jaar het lagere tarief van 20% van toepassing. Dat scheelt aan vennootschapsbelasting 5% * € 200.000 = € 10.000. Dit nadeel voorkom je door de BV in 2018 op te richten. Maar dan is wel vereist dat een tussentijdse balans wordt opgemaakt als grondslag van de beschrijving van de activa en passiva die in de BV worden gebracht. Met het samenstellen van die tussentijdse balans zijn in het algemeen kosten gemoeid. De hoogste van die kosten hangt af van de werkzaamheden die moeten worden verricht om een betrouwbare tussentijdse balans samen te stellen.

Persoonlijke afweging

De beantwoording van de vraag of een BV interessant is, vereist een afweging op basis van jouw specifieke situatie. En de fiscale regels bieden meer mogelijkheden dan de geruisloze inbreng van je onderneming in de BV, waarvoor de gang van zaken hiervoor wordt beschreven. Je leest er over in ons artikel Eenmanszaak, BV of iets er tussen in?. Natuurlijk helpen wij je graag bij je afweging wat in dit verband het best bij jou past.

Het is overigens sowieso verstandig om de definitieve beslissing om je onderneming in te brengen in een BV uit te stellen tot Prinsjesdag 2018. Dan zal immers duidelijk worden op welke manier het Kabinet Rutte III haar aangekondigde plannen met de inkomsten- en vennootschapsbelasting ten uitvoer gaat leggen. het lijkt er overigens op dat die plannen niet zoveel gevolgen hebben voor de afweging BV Ja of Nee?.