19-10-2017

Verhoging verlaagd BTW-tarief (6% wordt 9%) – Update 8-6-2018

Deze notitie is ook beschikbaar in pdf-format.

 

In het Regeerakkoord van het Kabinet Rutte III wordt aangekondigd dat het verlaagde BTW-tarief wordt verhoogd. Dit gaat vermoedelijk in op 1 januari 2019. Bij langer lopende projecten moet nu al op de tariefverhoging worden geanticipeerd.

Van 6% naar 9%

Het verlaagde BTW-tarief bedraagt op dit moment 6%. De bedoeling is om dat te verhogen naar 9%. Het verlaagde BTW-tarief geldt voor specifiek daarvoor aangewezen leveringen en diensten.

Het Regeerakkoord moet nog worden omgezet in wetgeving. Het is daarom nog niet zeker dat de tariefverhoging daadwerkelijk wordt doorgevoerd. Wij gaan hierna uit van ingang op 1 januari 2019.

Overgangsregeling

Staatssecretaris Snel van Financiën heeft in een debat met de Tweede Kamer aangekondigd dat de Belastingdienst geen BTW gaat naheffen wanneer ondernemers in 2018 6% hebben afgedragen, maar de prestatie pas in 2019 verrichten.

Dat wijkt af van de regels die zijn gehanteerd bij de:

  • laatste verhoging van het algemene BTW-tarief (dat tarief ging per 1 oktober 2012 van 19% naar 21%);
  • beëindiging van de toepassing van het verlaagde BTW-tarief op de renovatie en het herstel van woningen ouder dan 2 jaar (op 1 juli 2015).

Toen is de uit de wet voortvloeiende regel gehanteerd dat het toe te passen BTW-tarief wordt bepaald op het moment waarop de prestatie wordt verricht.

Als wordt gefactureerd en/of betaald vóór het moment waarop de prestatie is voltooid, is op alle momenten van facturering/betaling telkens de BTW verschuldigd. De afgedragen BTW staat dan echter nog niet definitief vast.

Voorbeeld

Een schildersbedrijf sluit een contract voor het schilderen van woningen (ouder dan 2 jaar). Het start op 1 oktober 2018 met de klus. Maandelijks factureert het bedrijf, conform het contract, € 10.000 (exclusief BTW) aan aanneemsommen. Op 31 januari 2019 wordt het project opgeleverd aan de opdrachtgever en wordt de slottermijn van € 30.000 gefactureerd.

Uitwerking

De maandelijkse aanneemsommen worden tot en met december 2018 belast met 6% BTW (dat zijn 3 termijnen). De termijn van januari wordt belast met 9% BTW.

Op 31 januari 2019 vindt de (op)levering van het werk plaats en wordt de slottermijn belast met 9% BTW.

Dat leidt tot de volgende facturen.

Voor elk van de termijnen, die vervallen in oktober, november en december 2018:

Aanneemsom 10.000
BTW (6%)      600
Totaal 10.600

Voor de aanneemsom in januari 2019 en de slottermijn:

Aanneemsom 10.000
Slottermijn 30.000
40.000
BTW (9%)   3.600
Totaal 43.600

Op grond van de hoofdregel zou bij de oplevering in 2019 aanvullend 3% BTW moeten worden gefactureerd over de in 2018 ontvangen termijnen (3% * € 30.000 = € 900). Maar die aanvullende heffing blijft, als we de toezegging van Snel goed begrijpen, achterwege.

Toch is het verstandig om de definitieve (overgangs)regeling af te wachten. In contracten die (mogelijk) over 1 januari 2019 heen lopen, is het verstandig om duidelijk te bepalen welke partij het risico van de tariefverhoging draagt.

Tijdstip prestatie

Het moment waarop voor de heffing van BTW de prestatie wordt verricht, kan sterk afhangen van de concrete feiten en omstandigheden waaronder de prestatie plaatsvindt. Wij schetsen de hoofdlijnen.

Bij leveringen van goederen vindt de prestatie plaats op het moment waarop het goed in de macht van de afnemer wordt gebracht.

Bij diensten vindt de prestatie plaats op het tijdstip waarop de werkzaamheden zijn voltooid.

Zowel bij leveringen als bij diensten kan sprake zijn van een doorlopende prestatie. Voorbeelden van doorlopende prestaties zijn licenties, abonnementen, levering van energie, telecomdiensten, verhuur, verzekeringen en dergelijke.

Kenmerkend voor een doorlopende prestatie is dat geen concreet eindresultaat is overeengekomen. Voorbeelden van situaties waarin NIET sprake is van een doorlopende prestatie zijn:

  • uitvoeren van een (onderzoeks)project dat uitmondt in een bepaald eindresultaat/rapportage;
  • cursussen/trainingen gericht op het bereiken van een bepaald kennisniveau.

Factuur uitreiken

Uiterlijk op de 15e dag van de maand volgend op het moment waarop de prestatie is verricht, moet de factuur zijn uitgereikt (indien en voor zover het uitreiken van een factuur verplicht is).

Het moment van uitreiken van de factuur zegt op zich niets over het moment waarop de prestatie wordt verricht, maar kan in minder duidelijke gevallen wel een (belangrijke) indicatie zijn.

Doorberekenen tariefverhoging

Vanzelfsprekend hangt het antwoord op de vraag, of een presterende ondernemer een verhoging van het BTW-tarief (volledig) kan doorberekenen aan zijn afnemer(s), af van de met die afnemer(s) gemaakte (contractuele) afspraken.

Dit is van belang voor nieuw te sluiten overeenkomsten. Een beding dat inhoudt dat een verhoging (of verlaging) van een BTW-tarief niet aan de afnemer wordt doorberekend, heeft geen effect. Een dergelijk beding is namelijk nietig.

Het is wel toegestaan om in een overeenkomst te bepalen voor rekening van welke partij de (eventueel) verschuldigde BTW komt. Die partij draait dan uiteraard op voor de door de tariefverhoging extra verschuldigde BTW.

 

 

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWGNijhof accountants en belastingadviseurs is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.