03-10-2018

Verhoging verlaagd BTW-tarief

Deze factsheet is ook beschikbaar in pdf-format.

 

Onderdeel van het Belastingplan 2019 is dat het verlaagde BTW-tarief wordt verhoogd. Er van uitgaande dat het wetsvoorstel door het Parlement wordt aangenomen, gaat dit in op 1 januari 2019.

Van 6% naar 9%

Het verlaagde BTW-tarief bedraagt op dit moment 6%. Met ingang van 1 januari 2019 wordt dit 9%. Het algemene BTW-tarief blijft ongewijzigd (21%).

Het verlaagde BTW-tarief geldt uitsluitend voor specifiek daarvoor aangewezen leveringen en diensten.

Geen overgangsregeling

Voor de tariefverhoging wordt dit keer geen overgangsregeling vastgesteld. Daardoor moet op basis van de normale regels voor de verschuldigdheid van de BTW worden vastgesteld welk tarief moet worden toegepast.

Hoofdregel is dat de verschuldigde BTW wordt bepaald op het tijdstip waarop de prestatie wordt verricht. We werken de regels rond het tijdstip van de prestatie hierna verder uit.

Uitzondering: indien en voor zover vóór het tijdstip van de prestatie de vergoeding geheel of gedeeltelijk wordt ontvangen. Dan is sprake van een vooruitbetaling.

Bij vooruitbetaling van de vergoeding wordt onderscheiden tussen een:

  • overeengekomen vooruitbetaling: dan is de BTW verschuldigd op het moment waarop de vooruitbetaling opeisbaar is;
  • vrijwillige vooruitbetaling: dan is van belang of op het moment van vooruitbetalen alle relevante feiten van de prestatie bekend zijn. Alleen als dat het geval is, is de BTW op dat moment verschuldigd.

Voorbeeld

Je verkoopt op 1 oktober 2018 een kaartje voor een concert dat in 2019 wordt gegeven. De koper betaalt de ticketprijs direct bij de aankoop in 2018.

De prestatie, zijnde het verlenen van toegang tot het concert, wordt verricht op het moment waarop het concert plaatsvindt: in 2019.

Maar je bent overeengekomen dat je de vergoeding al in 2018 ontvangt. Daardoor wordt in 2018 de verschuldigde BTW bepaald. Op het kaartje drukt 6% BTW. Je hoeft in 2019 niet aanvullend 3% aan BTW af te dragen over vóór 1 januari 2019 verkochte en betaalde kaartjes.

Belang

De wetgeving eist uiteraard dat het juiste bedrag aan BTW wordt afgedragen. Maar de hoogte van het tarief is alleen echt van belang wanneer de prestatie wordt afgenomen door iemand die de BTW niet mag aftrekken. Dat zijn met name particulieren en ondernemers die van BTW vrijgestelde prestaties verrichten.

Tijdstip prestatie

Het moment waarop voor de heffing van BTW de prestatie wordt verricht, kan sterk afhangen van de concrete feiten en omstandigheden waaronder de prestatie plaatsvindt. Wij schetsen de hoofdlijnen.

Bij leveringen van goederen vindt de prestatie plaats op het moment waarop het goed in de macht van de afnemer wordt gebracht.

Bij diensten vindt de prestatie plaats op het tijdstip waarop de werkzaamheden zijn voltooid.

Doorlopende prestatie

Zowel bij leveringen als bij diensten kan sprake zijn van een doorlopende prestatie. Voorbeelden van doorlopende prestaties zijn licenties, abonnementen, levering van energie, telecomdiensten, verhuur, verzekeringen en dergelijke.

Kenmerkend voor een doorlopende prestatie is dat geen concreet eindresultaat is overeengekomen. Voorbeelden van situaties waarin NIET sprake is van een doorlopende prestatie zijn:

  • uitvoeren van een (onderzoeks)project dat uitmondt in een bepaald eindresultaat/rapportage;
  • cursussen/trainingen gericht op het bereiken van een bepaald kennisniveau.

Als een doorlopende prestatie achteraf wordt afgerekend, moet de afrekenperiode met het oog op het BTW-tarief worden gesplitst.

Wordt vooruit betaald, dan geldt het BTW-tarief op het moment van de vooruitbetaling.

Factuur uitreiken

Uiterlijk op de 15e dag van de maand volgend op het moment waarop de prestatie is verricht, moet de factuur zijn uitgereikt (indien en voor zover het uitreiken van een factuur verplicht is).

Daarnaast moet een factuur worden uitgereikt bij een overeengekomen vooruitbetaling. De factuur moet dan worden uitgereikt vóórdat de betaling opeisbaar wordt.

Het moment van uitreiken van de factuur zegt op zich niets over het moment waarop de prestatie wordt verricht, maar kan in minder duidelijke gevallen wel een (belangrijke) indicatie zijn.

Doorberekenen tariefverhoging

Vanzelfsprekend hangt het antwoord op de vraag, of een presterende ondernemer een verhoging van het BTW-tarief (volledig) kan doorberekenen aan zijn afnemer(s), af van de met die afnemer(s) gemaakte (contractuele) afspraken.

Dit is van belang voor nieuw te sluiten overeenkomsten. Een beding dat inhoudt dat een verhoging (of verlaging) van een BTW-tarief niet aan de afnemer wordt doorberekend, heeft geen effect. Een dergelijk beding is namelijk nietig.

Het is wel toegestaan om in een overeenkomst te bepalen voor rekening van welke partij de (eventueel) verschuldigde BTW komt. Die partij draait dan uiteraard op voor de door de tariefverhoging extra verschuldigde BTW.

 

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven. VWGNijhof accountants en belastingadviseurs is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.