30-04-2018

Vakantiegeld

De meimaand is voor veel werkgevers en werknemers de vakantiegeldmaand. De wettelijke hoofdregel is uitbetalen in juni. Maar veel CAO’s en/of arbeidsvoorwaarden kiezen voor uitbetaling in mei.

Vakantiegeld

Eigenlijk bedoelen we de vakantiebijslag (of -toeslag). Met de term vakantiegeld wordt namelijk het loon dat de werknemers ontvangen tijdens hun vakantie bedoeld. Op snipper- of verlofdagen geldt voor de werkgever immers de verplichting tot loondoorbetaling.

De vakantietoeslag lijkt een extraatje. Maar de werknemer spaart natuurlijk zelf een deel van het salaris op om als vakantietoeslag uitbetaald te krijgen. De vakantietoeslag moet minstens één keer per jaar worden uitbetaald. Maar je mag ook afspreken dat het elke week of maand bij het reguliere loon wordt uitbetaald. Aan het einde van de dienstbetrekking moet het vakantiegeld worden afgerekend.

Werknemers hebben recht op tenminste 8% aan vakantiegeld. Dat regelt de Wet op het minimumloon en de minimum vakantietoeslag. In de CAO mag worden bepaald dat werknemers recht hebben op hoger, een lager of zelfs helemaal geen vakantiegeld.

Ook in de arbeidsvoorwaarden mag een lager vakantiegeld worden afgesproken dan 8%. Maar dat mag alleen voor werknemers die meer dan 3 keer het minimumloon verdienen. In alle gevallen moet een werknemer minstens 108% van het voor hem of haar geldende minimumloon verdienen. En wat netto overblijft van dit minimumloon moet ook daadwerkelijk bancair aan de werknemer worden uitbetaald.

Uiteraard mag een hoger vakantiegeld worden afgesproken. Alleen de CAO kan hier mogelijk roet in het eten gooien.

De vakantietoeslag moet worden berekend over het totale reguliere bruto loon van de werknemer. Dus ook over loon dat is doorbetaald tijdens ziekte van de werknemer. En met ingang van 1 januari 2018 ook over overwerkloon (behalve als in de CAO afwijkende regels zijn opgenomen). Over bijvoorbeeld eindejaars- of winstuitkeringen wordt geen vakantietoeslag opgebouwd.

Liquiditeit

De uitbetaling van het vakantiegeld leidt tot een forse aanslag op de liquiditeit van de werkgever. De uit te betalen netto lonen zijn in die maand immers fors hoger dan in de andere maanden. In de liquiditeitsplanning moet hiermee rekening worden gehouden.

In de maand na het uitbetalen van het vakantiegeld wordt nog een keer een flink beslag op de liquiditeit gelegd. Dan moet de werkgever immers de op het bruto vakantiegeld ingehouden loonheffingen aan de Belastingdienst afdragen.