28-11-2018

Tijd voor tijd mag niet meer?

Jawel, maar de werknemer moet vanaf 1 januari 2018 wel altijd tenminste het minimumloon ontvangen voor de uren die zijn gewerkt. Zie ook ons artikel Minimumloon in 2018.

Tijd voor tijd

Met “tijd voor tijd” wordt bedoeld de afspraak dat een werknemer, die in een periode meer uren werkt dan is overeengekomen, daarvoor in een andere periode vrije uren opneemt.

Nemen we als voorbeeld een werknemer die volgens contract 40 uren per week werkt. Als deze werknemer in week 1 48 uren werkt en die uren in het kader van “tijd voor tijd” opneemt in week 2, werkt hij in week 2 slechts 32 uur.

Het alternatief voor “tijd voor tijd” is dat de overuren aan de werknemer worden uitbetaald. Dat kan tegen het reguliere loon. Maar vaak wordt dat reguliere loon dan verhoogd met een (overwerk)toeslag. De werknemer in het voorbeeld ontvangt dan over week 1 loon op basis van 48 uren. Maar in week 2 moet hij dan uiteraard “gewoon” 40 uren werken.

Wet op het minimumloon (WML)

Elke werknemer heeft in Nederland tenminste recht op het minimumloon. Om te voorkomen dat dit wordt ondergraven door werknemers meer uren te laten werken, moet met ingang van 1 januari 2018 ook over overuren tenminste het minimumloon worden uitbetaald. En dat loon moet ook daadwerkelijk aan de werknemer worden overgemaakt.

De werknemer in ons voorbeeld moet over week 1 dus tenminste aan loon ontvangen: 48 uur * het minimum uurloon. Tot 1 januari 2018 mocht de werkgever volstaan met de uitbetaling van 40 uur * het minimum uurloon.

Binnen één loontijdvak mag overigens wel het principe “tijd voor tijd” worden gehanteerd. Als de werknemer per 4 weken wordt betaald, moet, als hij in week 3 en 4 de overeengekomen 40 uur werkt, in dat loontijdvak tenminste aan loon worden betaald: (48 + 32 + 40 + 40) * het minimum uurloon. De norm voor de betaalperiode van 4 weken is: 160 uren en voor een kalendermaand 173,33 uren.

Afspraken in CAO

Deze regels gelden uitsluitend in het kader van de Wet op het minimumloon. Ten aanzien van werknemers die een loon ontvangen, hoger dan het minimumloon, mag ook na 1 januari 2018 met “tijd voor tijd” worden gewerkt.

Als de werknemer bijvoorbeeld een uurloon heeft van € 13 en in een week 5 uur extra werkt, ontvangt hij in die week een loon van 40 * € 13 = € 520. Het minimum uurloon bedraagt € 9,20. Het minimaal te ontvangen loon bedraagt derhalve: 45 * € 9,20 = € 414. Aangezien de werknemer een hoger loon ontvangt (€ 520), mag op de overuren “tijd voor tijd” worden toegepast.

Met ingang van 1 januari 2019 mag “tijd voor tijd” in het kader van het minimumloon ook wanneer die mogelijkheid is opgenomen in de geldende CAO. De werkgever moet het “tijd voor tijd” dan schriftelijk met de werknemer overeenkomen. En de werknemer moet de meer gewerkte uren kunnen opnemen voor 1 juli van het volgende jaar. Als ze dan niet zijn opgenomen, moeten ze alsnog worden uitbetaald.