29-08-2018

Schending aandeelhoudersovereenkomst

Wanneer een BV meerdere aandeelhouders heeft, wordt de relatie tussen deze aandeelhouders vaak schriftelijk vastgelegd in een aandeelhoudersovereenkomst.

Aandeelhoudersovereenkomst

Voor een aandeelhoudersovereenkomst gelden geen specifieke regels. Tenzij sprake is van schending van de statuten van de BV, de wet en/of de goede zeden mogen aandeelhouders er naar redelijkheid en billijkheid in afspreken wat hen goed dunkt. Deze zaken regelen in een onderhandse aandeelhoudersovereenkomst geeft veel meer flexibiliteit ten opzicht van statutaire regelingen. De statuten mogen immers alleen door middel van een notariële akte worden aangepast.

Zaken die bijvoorbeeld in een aandeelhoudersovereenkomst worden geregeld zijn:

  • de dividendpolitiek;
  • afspraken over het functioneren van het bestuur van de BV (maar dat kan uiteraard ook in een apart bestuursreglement);
  • meeverkooprechten en -verplichtingen;
  • non-concurrentiebeding;
  • relatiebeding;
  • geheimhoudingsbeding.

Aandeelhouders

Bij de aandeelhoudersovereenkomst zijn, zo zegt de benaming van de overeenkomst al, betrokken de aandeelhouders van de BV. Die aandeelhouders kunnen natuurlijke personen zijn, maar vaak zijn het (ook) BV’s. Wanneer de aandeelhouders BV’s zijn, moet een deel van de bepalingen in de aandeelhoudersovereenkomst meestal ook doorwerken naar de aandeelhouder(s) en/of de bestuurder(s) van die BV’s.

Dat kan door die aandeelhouder(s) en/of bestuurder(s) de aandeelhoudersovereenkomst mede aan te laten gaan. Zij worden dan als partij in die overeenkomst benoemd en ondertekenen in die hoedanigheid de overeenkomst.

Uitbreiding werkingssfeer

In een recente zaak bij de Rechtbank Overijssel is dit anders geregeld. Het gaat om een BV waarvan de aandelen in handen zijn van andere BV’s. In de aandeelhoudersovereenkomst is een beding opgenomen waarmee de werkingssfeer van de aandeelhoudersovereenkomst wordt uitgebreid. Op grond van dit beding moeten de aandeelhouders aan hun aandeelhouder(s), bestuurder(s), procuratiehouder(s) en vertegenwoordigingsbevoegde personen de verplichtingen opleggen die voortvloeien uit de aandeelhoudersovereenkomst.

Eén van de BV’s heeft dit verzuimd en haar bestuurder vertrekt naar een concurrent. Daardoor worden het non-concurrentiebeding en het relatiebeding in de aandeelhoudersovereenkomst geschonden. De Rechtbank bevestigt dat dit de bestuurder niet kan worden verweten. Die heeft zich immers niet aan de aandeelhoudersovereenkomst verbonden. De aandeelhouder/BV wordt wel terecht verweten dat zij de verplichtingen uit de aandeelhoudersovereenkomst niet heeft opgelegd aan haar bestuurder.

Boete

De BV legt haar aandeelhouder/BV daarom terecht de boete op, die de aandeelhoudersovereenkomst legt op het niet nakomen van verplichtingen die zijn geregeld in die overeenkomst. In de aandeelhoudersovereenkomst is een boete opgenomen van € 100.000 per overtreding. De Rechtbank matigt deze boete tot € 50.000. Zij overweegt daarbij dat de boete van € 100.000 in de aandeelhoudersovereenkomst ziet op meerdere overtredingen. Daarnaast is van belang dat de aandeelhouder/BV al geruime tijd geen aandeelhouder meer is en dat gesteld noch gebleken is dat met opzet is verzuimd om de verplichting na te komen.