04-06-2018

Procedure box 3 wordt massaal bezwaar

Staatssecretaris Snel van Financiën heeft aangekondigd dat het bezwaar tegen de box 3-heffing zal worden aangemerkt als massaal bezwaar. LET OP: dat betekent niet dat de uitkomst van de procedure op iedereen wordt toegepast.

Massaal bezwaar

De aanwijzing als massaal bezwaar betreft de bezwaarprocedure tegen de heffing van inkomstenbelasting over het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) voor 2017. Ook over de jaren 2013 tot en met 2016 lopen procedures. Dat betreft jaren waarin het forfaitaire rendement 4% bedroeg. Vanaf 2017 geldt een, naarmate het box 3-vermogen hoger is, oplopend forfaitair rendement.

De aanwijzing als massaal bezwaar betreft een door de Bond voor Belastingbetalers aangespannen (proef)procedure. Aanwijzing als massaal bezwaar betekent voor de Belastingdienst een eenvoudigere afwikkeling. Er hoeft dan bijvoorbeeld niet individueel uitspraak op het bezwaar te worden gedaan.

Individueel bezwaar maken

Ondanks dat de procedure van massaal bezwaar zal worden toegepast, moet elke individuele belastingplichtige bezwaar maken tegen de aan hem of haar opgelegde aanslag inkomstenbelasting. Dat moet op tijd: binnen 6 weken na de dagtekening van de aanslag (die ligt meestal wat dagen na de dag waarop de aanslag in je brievenbus ploft). De Belastingdienst is al een aantal weken druk bezig om definitieve aanslagen over 2017 op te leggen. Er is dan ook een reële kans dat de bezwaartermijn al loopt.

Is de procedure van de BvB kansrijk? Wij denken van niet, maar succes is uiteraard niet onmogelijk. Zie ook ons artikel Weer bezwaar tegen box 3.

Buitensporige last?

Een voorbeeldje. Rechtbank Den Haag heeft op 4 mei jl. beslist in een zaak waarin € 2.911 aan rente was ontvangen. De belasting over het spaargeld was hoger: € 4.634. Dat is een heffing van 159%(!). Onder verwijzing naar diverse arresten van de Hoge Raad beslist de Rechtbank dat de heffing niet een buitensporige last is. In algemene zin is de wetgever niet buiten de hem toekomende (ruime) beoordelingsmarge getreden. En in individuele zin acht de Rechtbank de last ook niet buitensporig: de omstandigheid dat voor de betaling van de belasting de spaartegoeden (van € 410.650) moet worden aangesproken, maakt dat niet anders.