30-05-2018

Oudedagsverplichting en echtscheiding

Het blijft een vooralsnog vreemd eendje in de bijt: de oudedagsverplichting (ODV). Een bedenksel om het dossier over het pensioen in eigen beheer van de politieke agenda’s te krijgen. Niet goed doordacht; dat komt in de praktijk wel goed.

Oudedagsverplichting en overlijden

Onlangs beschreven we de problemen die kunnen ontstaan wanneer de tot de ODV gerechtigde DGA komt te overlijden. Bij de estate planning kon tot voor kort met de oudedagsverplichting immers geen rekening worden gehouden. Die bestaat pas sinds 1 april 2017. Een ODV is in het kader van de afwikkeling van een overlijden iets wezenlijk anders dan een pensioen.

Zie ons artikel Oudedagsverplichting (ODV) en overlijden.

Oudedagsverplichting en echtscheiding

Ook in het kader van een echtscheiding is een oudedagsverplichting iets wezenlijk anders dan een pensioen. Op een pensioen is de Wet pensioenverevening van toepassing. De afwikkeling van een pensioen geschiedt buiten de afwikkeling van de gemeenschap van goederen of huwelijkse voorwaarden om. De Wet pensioenverevening kan wel buiten toepassing worden gelaten. Dat kan worden geregeld in de huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant.

De oudedagsverplichting wordt wel binnen de gemeenschap van goederen of huwelijkse voorwaarden afgewikkeld. Het is civielrechtelijk immers een vorderingsrecht. Maar wel eentje met een speciale fiscale lading. Als je er niet volgens de fiscale regeltjes mee omgaat, wordt de oudedagsverplichting fiscaal onzuiver. Dan wordt de volledige waarde van de oudedagsverplichting in één keer belast.

Vraag & Antwoord

Het Centraal Aanspraakpunt Pensioenen (CAP), een onderdeel van de Belastingdienst, heeft op haar website een Vraag & Antwoord gepubliceerd met de titel Vervreemden of omzetten aanspraak oudedagsverplichting bij echtscheiding. Uit deze V&Av (nummer 18-006) blijkt dat de partners bij echtscheiding kunnen kiezen uit de volgende belastingvrije mogelijkheden.

  • De waarde van de aanspraak op de ODV kan (gedeeltelijk) worden vervreemd aan de ex-partner. Het moment waarop de uitkeringen moeten starten, is dan afhankelijk van de AOW-leeftijd van de ex-partner. De ex-partner mag het overgenomen deel van de ODV omzetten in een lijfrente. Na het overlijden van de ex-partner moeten de resterende ODV-termijnen toekomen aan zijn of haar erfgenamen.
  • De DGA kan de ODV ook (gedeeltelijk) omzetten in een ODV, waarvan de ex-partner is gerechtigd tot de termijnen. De ex-partner krijgt dan niet meer dan een recht op uitbetaling van de uitkeringen uit de ODV. De ODV blijft een aanspraak van de DGA. Als de DGA overlijdt, moeten de resterende ODV-termijnen toekomen aan de erfgenamen van de DGA. Dat kan betekenen dat de uitkering aan de ex-partner op dat moment moet stoppen.
  • Ook kan worden afgesproken dat de uitkeringen, na inhouding van loonheffingen, worden betaald aan de DGA, die (deels) doorbetaalt aan de ex-partner. De DGA trekt de doorbetaalde uitkeringen dan af als persoonsgebonden aftrek. De ex-partner geeft de ontvangen bedragen aan als belast periodieke uitkering.