06-08-2018

Ga na waar je werknemers wonen

Met ingang van 2019 krijgen we in het kader van de inhouding van loonheffingen te maken met drie keer zoveel loonbelastingtabellen. Dat wordt aangekondigd in de eerste versie van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2019.

Loonbelastingtabellen

Werkgevers gebruiken de loonbelastingtabellen om te bepalen hoeveel loonheffingen moeten worden ingehouden op het loon van hun werknemers. Doordat bijna alle loonadministraties door middel van computers worden verwerkt, hebben de meeste werkgevers niet in de gaten dat daarbij de loonbelastingtabellen worden gebruikt. De computer maakt de keuze voor de toe te passen tabel op basis van de in de salarisadministratie ingevoerde gegevens. Wil je de loonbelastingtabellen op papier, dan kun je gebruik maken van een hulpmiddel op de website van de Belastingdienst.

Drie varianten

Met ingang van 2019 komen er per loonbelastingtabel drie varianten. Onderscheiden wordt tussen werknemers die inwoner zijn van:

  • Nederland;
  • een andere lidstaat van de EU, van een EER-land, van Zwitserland of van de BES-eilanden;
  • van een ander land dan hiervoor genoemd.

EER staat voor Europese Economische Ruimte. Tot de EER behoren alle lidstaten van de Europese Unie, alsmede Liechtenstein, Noorwegen en IJsland. Zwitserland hoort niet tot de EER, maar wel tot de Europese Vrijhandels Associatie (EVA). De BES-eilanden zijn: Bonaire, Sint Eustatius en Saba).

Het onderscheid is van belang voor het wel of niet toepassen van de loonheffingskorting. We leggen dit uit in ons artikel Heffingskorting buitenlands belastingplichtige. De nieuwe regels gaan in per 1 januari 2019. Je moet er dus vanaf de eerste verloning in 2019 rekening mee houden. Wanneer je de verkeerde tabel toepast, houd je ten onrechte rekening met de heffingskorting, waardoor je te weinig loonheffingen afdraagt. Het is dus zaak om vóór 2019 de woonplaats van al je werknemers goed in beeld te hebben.

Waar wonen je werknemers?

Een werknemer die zijn permanente woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, is inwoner van Nederland. Voor werknemers die zowel in Nederland als in het buitenland wonen en/of verblijven, moet worden bepaald waar het sociale en economische leven van deze werknemer zich afspeelt. Dit beoordeel je op grond van alle feiten en omstandigheden die de werknemer je aanlevert.

Bij twijfel kun je de werknemer vragen om een woonplaatsverklaring. De werknemer vraagt die verklaring aan bij het belastingkantoor waaronder hij valt. Dat kan vanzelfsprekend ook in het buitenland zijn.

In de nieuwsbrief zijn met betrekking tot de bepaling van de fiscale woonplaats van de werknemer twee voorbeelden opgenomen. We nemen ze hierna letterlijk over.

  • “Woont het gezin van de werknemer bijvoorbeeld in het buitenland, gaan zijn kinderen daar naar school en houdt hij daar bankrekeningen aan, dan is hij geen inwoner van Nederland. Hij heeft geen recht op het belastingdeel van de heffingskortingen.”
  • “Bij een werknemer zonder gezin is zijn intentie van belang: Is hij van plan zich hier te vestigen, dan is hij inwoner van Nederland. Is hij van plan om hier alleen korte tijd te blijven, dan is hij dat niet.”

Premies volksverzekeringen

Het bovenstaande betreft alleen de (loon)belasting. De loonheffingen bestaan namelijk uit twee bestanddelen: de loonbelasting en de premies voor de volksverzekeringen. Premies volksverzekeringen zijn verschuldigd door werknemers die verzekerd zijn voor deze verzekeringen. Binnen de Europese Unie wordt dit geregeld door Verordening 883/2004. De bespreking van deze aanwijzingsregels valt buiten het bestek van dit artikel.

De genoemde verordening heeft per 1 mei 2010 Verordening 1408/71 vervangen. Destijds werd overgangsrecht van kracht dat 10 jaar duurt. Deze termijn loopt dus af op 1 mei 2020. Werknemers op wie vóór 1 mei 2010 een aanwijsregel van toepassing was op grond van 1408/71 houden deze aanwijzing zo lang hun situatie niet wijzigt, maar maximaal 10 jaar.

Transportsector

Dit speelt onder andere bij transportbedrijven, die in Duitsland woonachtige chauffeurs in dienst hebben en die in meerdere landen werken. Onder 1408/71 gold in het transport een specifieke regel. Die hield meestal in dat de werknemers verzekerd waren in het land waar de transportonderneming is gevestigd. Onder 883/2004 zijn deze werknemers in hun woonland (Duitsland) verzekerd wanneer ze 25% of meer in hun woonland werken. Voor deze werknemers moeten vanaf 1 mei 2020 de premies in Duitsland worden afgedragen. Ook als het transportbedrijf niet in Duitsland is gevestigd.