06-11-2018

Eindejaarstips 2018

Eindejaarstips vinden wij toch een beetje als mosterd na de maaltijd. Maar als we het jaar 2018 zien als de maaltijd, is die nog niet helemaal geconsumeerd. Onderstaand een aantal items waar je naar kunt kijken in het kader van voor of rond de aanstaande jaarwisseling nog te overwegen acties.

Schenken

Wat is er mooier dan je kinderen, kleinkinderen of andere mensen, die je na aan het hart gaan, te schenken. Dat kan belastingvrij, met als absolute topper de “jubelton”, een vrijstelling voor de schenkbelasting van maar liefst € 100.000. Je vindt alle schenkingsvrijstellingen in onze factscheet.

Heb je geen of niet voldoende cash, dan kun je op papier schenken. Dat noemen we een schuldigerkenning. Die moet notarieel worden vastgelegd. En vervolgens is essentieel dat je jaarlijks daadwerkelijk de overeengekomen rente aan de begiftigde betaalt. Het bewijs daarvan moet je bewaren. Bij de afwikkeling van aangiften erfbelasting vraagt de Belastingdienst er naar.

Verbreek de fiscale eenheid vennootschapsbelasting

Dat kan op verzoek. Je moet dat verzoek indienen vóór de datum waarop je wilt verbreken. Voor verbreking per 1 januari 2019 moet je verzoek dus vóór de jaarwisseling bij de Belastingdienst liggen. Over de voor- en nadelen van verbreking van de fiscale eenheid schrijven we in ons artikel Fiscale eenheid Vpb verbreken?. De voor de komende jaren verwachte tarieven voor de vennootschapsbelasting beschrijven we in ons artikel Winstbelasting nog verder omlaag.

De fiscale eenheid voor de BTW kun je niet op verzoek verbreken.

Fiscale eenheid vennootschapsbelasting vormen

Natuurlijk kun je ook overwegen om een fiscale eenheid tot stand te brengen. Het verzoek daartoe mag maximaal 3 maanden terugwerken. Als je de fiscale eenheid op 1 januari 2019 wilt laten ingaan, moet de Belastingdienst je verzoek uiterlijk op 31 maart 2019 hebben ontvangen.

Hoge winst: de BV in / Lagere winst: de BV uit

De BV in, de BV uit, het kan allemaal belastingvrij, mits je de voorwaarden goed in de gaten houdt. Wanneer zit je fiscaal het beste in het juridische jasje van de BV? Of levert in jouw situatie een eenmanszaak of VOF je fiscaal voordeel op? Wij rekenen het je graag voor.

Check je ondernemingsstructuur

Is de juridische inrichting van je onderneming nog optimaal? Zo niet, dan kun je met fusie(s) en liquidatie(s) het aantal entiteiten in je structuur verminderen. Je bespaart dan kosten.
Of wellicht is het juist verstandig om de structuur van je onderneming uit te breiden door uit te zakken of juridisch te splitsen.
Zitten alle vermogensbestanddelen nog daar in je ondernemingsstructuur waar dit het meest wenselijk is?

Kijk ook eens of de overeenkomsten binnen je structuur op orde zijn. Denk onder andere aan management-, rekening-courant- en leningsovereenkomsten. Staan daar nog de juiste bedragen in? Kloppen de voorwaarden nog met de werkelijkheid? Lopen de financiële stromen zodanig dat alle verplichtingen financieel worden afgewikkeld?
Zo houd je je onderneming voorbereid op de calamiteiten waarvan je hoopt dat ze zich niet zullen voordoen.

Testament/levenstestament

Je testament is onderdeel van je estate planning: hoe moet je vermogen na je overlijden verdeeld worden? Besparing van erfbelasting is daarvan een onderdeel, maar zeker niet het enige.

Als je bij leven iets overkomt waardoor je (tijdelijk) niet in staat bent om zelf te beslissen, is een levenstestament zinvol. Je wijst daar de persoon of personen in aan die dan voor je kunnen handelen. Natuurlijk formuleer je in je levenstestament ook je wensen omtrent hoe jouw vermogen dan beheerd wordt. Daarnaast kun je medische verklaringen opnemen in je levenstestament.

De continuïteit van je onderneming in een (of meer) BV(‘s) kan ook gewaarborgd worden door de aandelen onder te brengen bij een Stichting Administratiekantoor (STAK). Door bij je overlijden bekwame vervangende bestuurders te benoemen, waarborg je aan de ene kant de voortgang van je onderneming, terwijl aan de andere kant je erfgenamen de economische voordelen van de onderneming blijven genieten. Je kunt een STAK ook gebruiken om vermogen over te hevelen naar je kinderen.

Onderbouw je uren

Als ondernemer in een eenmanszaak of maatschap/VOF heb je recht op zelfstandigenaftrek. Maar dan moet je wel voldoen aan het urencriterium. Dit houdt in dat je in een kalenderjaar 1.225 (of meer) uren daadwerkelijke aan je onderneming moet besteden. De bewijslast daarvoor rust volledig op jou. Zorg voor een goede onderbouwing van je gewerkte uren.

Met je spaargeld naar de BV: het loont nog steeds

De belasting over je inkomen uit sparen en beleggen (box 3) is onverminderd hoog als je die afzet tegen het daadwerkelijke rendement dat veel mensen behalen. De forfaitaire rendementen zijn voor 2019 hoger dan voor 2018. Het kan dan ook nog steeds voordelig zijn om je spaargeld onder te brengen in een BV (of een open fonds voor gemene rekening). De daarmee gemoeide kosten verdien je meestal al in het eerste jaar terug. We leggen het uit in ons artikel Box 3 in 2017: u kunt de schade nog beperken!.

ODV: bij overlijden goed geregeld?

Veel DGA’s hebben hun pensioen in eigen beheer (peb) in 2017 of 2018 omgezet in een oudedagsverplichting (ODV). Bij overlijden wordt de ODV anders behandeld dan pensioen. Het is daarom verstandig om na te gaan of de afwikkeling van de ODV bij het overlijden van de ODV-gerechtigde goed is geregeld. Zie ook ons artikel Oudedagsverplichting en overlijden.

Alternatief voor pensioen in eigen beheer

In 2017 heeft een flink aantal DGA’s besloten om het opgebouwde pensioen in eigen beheer met een korting af te kopen of om te zetten in een oudedagsvoorziening (ODV). Nu DGA’s geen pensioen meer opbouwen bij hun BV, ontstaat een tekort in hun oudedagsvoorziening. Dat kan deels worden opgevangen met stortingen in een lijfrenteverzekering of een lijfrentebankspaarprodukt. Nadeel is wel dat de premies of stortingen uit het vermogen van de BV moeten worden gehaald.

Als je deze premies of stortingen in 2018 wilt aftrekken, moeten ze voor 1 januari 2019 zijn betaald. Laat van tevoren uitrekenen hoeveel aftrekruimte je hebt.

Optimaliseer je vrije ruimte

Binnen de werkkostenregeling (WKR) zijn er veel mogelijkheden om werknemers belastingvrij te vergoeden en verstrekken. Daaronder is de zogeheten vrije ruimte: Check je vrije ruimte!. En wellicht kun je vergoedingen en verstrekkingen zo vorm geven dat je meer over houdt van de vrije ruimte.

De in de belastingplannen voor 2019 aangekondigde fietsregeling gaat pas in op 1 januari 2020.

Wonen je werknemers buiten Nederland, dan kan de inhouding van loonbelasting met ingang van 2019 wijzigen. Je leest er over in ons artikel Ga na waar je werknemers wonen.

Laat je financiële planning updaten

De boodschap van het Kabinet Rutte III bij de begroting en de fiscale plannen voor 2019 is dat (bijna) iedereen er op vooruit gaat. Ze verwijzen daarbij naar de zogeheten koopkrachtplaatjes. Dat is de doorrekening van de gevolgen van de plannen voor het inkomen van grote groepen Nederlanders. Nog afgezien van dat deze sommetjes achteraf nooit geklopt blijken te hebben, is voor jou uiteraard jouw eigen koopkracht van belang.

Wil je de komende jaren niet voor financiële verrassingen komen te staan, laat dan je financiële planning opnieuw tegen het licht houden.

Haal aftrekposten naar voren

De tarieven in de vennootschapsbelasting gaan omlaag. En in de inkomstenbelasting worden de meeste aftrekposten binnenkort niet meer afgetrokken tegen het hoogste, maar tegen het laagste tarief. Voor zover mogelijk kan het dan ook interessant zijn om aftrekposten naar voren te halen.

Een voorbeeld is de mogelijkheid om je hypotheekrente vooruit te betalen. Als de vooruitbetaling maximaal de rente over een half jaar betreft, is het vooruitbetaalde bedrag al aftrekbaar.

Stel inkomen uit

De daling van de tarieven maakt het ook interessant om het genietingsmoment van inkomen, voor zover dat mogelijk is, uit te stellen naar de toekomst.

Keer dividend uit

Het tarief van de inkomstenbelasting over inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) wordt verhoogd. Dit tarief bedraagt nu 25%. In 2020 wordt het 26,25% en vanaf 2021: 26,9%. In 2018 of 2019 uitkeren van dividend levert derhalve een tariefvoordeel op van 1,9%. Daar staat tegenover dat je de belasting eerder betaalt. Uiteraard moet je BV wel dividend uit mogen keren. De ruimte daarvoor moet bijvoorbeeld wellicht worden gecreëerd door pensioen in eigen beheer om te zetten in een oudedagsverplichting.

De uitkering van dividend kan of moet wellicht worden gecombineerd met de door het Kabinet aangekondigde “rekening-courantmaatregel“. DGA’s krijgen 3 jaar de gelegenheid om op deze maatregel te anticiperen. We beschrijven de rekening-courantmaatregel in ons artikel DGA betaalt AB-heffing over schulden aan BV.

Plan investeringen

Met het oog op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) kan het handig zijn om investeringen uit te stellen naar 2019. Maar het kan ook voordelig zijn om juist nog in 2018 definitieve verplichtingen aan te gaan. Wij kijken graag wat in jouw situatie het voordeligst is.

Voor milieu- en energie-investeringen is er, zowel in 2018 als in 2019, de MIA en EIA. De milieu- en energielijst voor 2019 wordt pas helemaal aan het einde van 2018 bekend gemaakt. Als je vermoedt dat de investering die je wilt doen niet meer voldoende inovatief is om voor 2019 op de lijst te staan, kun je het recht op aftrek veilig stellen door nog in 2018 een definitieve investeringsverplichting aan te gaan. LET OP: je moet de investering ook op tijd melden.

Denk aan de voorlopige aanslag

De rentetarieven, die de Belastingdienst hanteert, zijn nog steeds exorbitant. Op aanslagen inkomstenbelasting betaal je op jaarbasis 4% en op aanslagen vennootschapsbelasting zelfs 8%. De bedoeling is dat je als belastingplichtige zelf monitort hoeveel belasting je, naar verwachting, verschuldigd zult zijn. En dat je zelf actie onderneemt om te voorkomen dat je belastingrente moet betalen. Dat doe je door op tijd een voorlopige aanslag te vragen. Op tijd is zodanig dat de aanslag wordt gedagtekend vóór 1 juli van het jaar volgend op het belastingjaar (voor de belasting over 2018 moet de aanslag vóór 1 juli 2019 zijn opgelegd).

Belastingschulden mogen niet worden meegenomen voor de grondslag van het inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Om te voorkomen dat je over de in 2019 te betalen belasting box 3-heffing betaalt, moet je de belasting vóór 1 januari 2019 hebben overgemaakt aan de Belastingdienst. In dat geval moet je de voorlopige aanslag ruim voor de jaarwisseling al aanvragen.

Anticipeer op het hogere lage BTW-tarief

Het verlaagde BTW-tarief wordt verhoogd van 6% naar 9%. Als je alle BTW op ingekochte prestaties aftrekt, heb je uiteraard geen belang. Maar vrijgestelde ondernemers en particulieren kunnen een flink BTW-voordeel behalen wanneer ze prestaties inkopen of vooruitbetalen vóór 1 januari 2019. Zie ons artikel Verhoging verlaagd BTW-tarief.

Ondernemers die prestaties verrichten waarop het verlaagde BTW-tarief wordt toegepast, moeten hun administratie aanpassen.

BTW op oninbare debiteuren

De BTW op oninbare debiteuren vraag je terug voor zover de debiteur na 1 jaar volgend op de opeisbaarheid van de factuur niet heeft betaald. Heb je zelf facturen meer dan één jaar open staan, dan moet je de afgetrokken BTW terugbetalen aan de Belastingdienst. In beide gevallen gaat het niet om een eindejaarsactie, maar moet de BTW gedurende het jaar worden teruggevraagd of -betaald. Zie ook onze factsheet over dit onderwerp.

Sport en BTW

Met ingang van 1 januari 2019 wordt de sportvrijstelling in de BTW verruimd. Daarmee zal een einde komen aan veel van de structuren waarmee de BTW op sport(accommodaties) aftrekbaar wordt gemaakt. De overheid sluist het geld wat zij daardoor minder uitgeeft terug in de vorm van een subsidieregeling. De verwachting is echter dat dit niet toereikend is. Sportbestuurders doen er daarom verstandig aan om te (laten) onderzoeken welke financiële gevolgen de veruiming van de BTW-vrijstelling voor hun situatie heeft en welke oplossingen daarvoor gevonden kunnen worden.

Monumentenaftrek afgeschaft

De fiscale aftrek voor kosten van het in stand houden van rijksmonumenten vervalt per 1 januari 2019. In plaats daarvan komt er een subsidieregeling. Wil je nog van de fiscale aftrek profiteren, dan moet je de instandhoudingskosten voor 1 januari 2019 betalen.