18-05-2018

BTW op advieskosten deels niet aftrekbaar

Een (BTW-)ondernemer mag aan hem of haar in rekening gebrachte BTW aftrekken.

Atrekbaar

BTW is aftrekbaar indien en voor zover de ingekochte goederen of diensten worden gebruikt voor met BTW belaste handelingen. Daarnaast is vereist dat de prestatie, waarvoor BTW-aftrek is geclaimd, is verricht aan de ondernemer. Een uitgebreide uitleg van de voorwaarden waar je aan moet voldoen om BTW aftrekbaar te doen zijn, vind je in onze notitie Aftrek van BTW.

Voor de onderbouwing van de aftrek van de BTW moet de ondernemer beschikken over een BTW-factuur. De eisen waar een BTW-factuur aan moet voldoen, hebben wij op een rij gezet in onze notitie De factuur in de BTW.

Rechtstreeks en onmiddellijk verband

De aftrekbaarheid van BTW stond ter discussie in een zaak die onlangs door Hof Den Bosch is beslist. Bij een controle door de Belastingdienst blijkt dat een BV alle voorbelasting op advies- en advocaatkosten heeft afgetrokken. Een gedeelte van deze kosten had betrekking op procedures die waren gevoerd over de door de directeur-grootaandeelhouder (dga) van de BV verschuldigde inkomstenbelasting (IB).

De Belastingdienst concludeerde dat 30% van deze BTW niet aftrekbaar was. Deze BTW werd nageheven. Uiteraard werden tevens verzuimboetes opgelegd en heffingsrente berekend.

Volgens de BV was met de adviseurs niets overeengekomen over de procedures inzake de IB van haar dga. De adviseurs haden daarvoor ook geen vergoeding in rekening gebracht omdat de werkzaamheden verwaarloosbaar waren. De Belastigdienst reikt echter stukken aan waaruit blijkt dat de gevoerde procedures deels zien op de dga. Deze procedures worden in de stukken namelijk expliciet genoemd. Het Hof acht het daarom niet aannemelijk dat de door de BV betaalde vergoedingen niet deels ook betrekking hebben op deze procedures. De BV slaagt er niet in om aannemelijk te maken dat alleen is betaald voor de voor haar verrichte werkzaamheden.

De BV stelt ook dat de kosten voor de procedures over de IB van de dga in rechtstreeks verband staan met haar onderneming. Dat maakt de op de kosten drukkende BTW echter niet aftrekbaar. Uit Europese rechtspraak blijkt, aldus het Hof, dat voor aftrekbaarheid is vereist een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de kosten en de economische activiteit van de BV. Anders geformuleerd: zonder de onderneming zouden er geen juridische procedures zijn geweest.

30% niet aftrekbaar

De 30% van de BTW die niet aftrekbaar is, is door de Rechtbank vastgesteld. De Rechtbank heeft in aanmerking genomen dat de procedures gaan over 3 belastingmiddelen. Eén daarvan, ofwel (ongeveer) 1/3e (30%), betreft de IB van de dga. De Belastingdienst heeft aanvankelijk 45% van de BTW als niet-aftrekbaar gezien, maar dit in de loop van de procedure verlaagd naar 30%

De dga stelt in de procedure dat slechts 5% van de kosten betrekking heeft op zijn IB. Zijn onderbouwing van dit percentage is echter nogal mager. Hij stelt namelijk slechts dat voor de procedure inzake de IB de stukken van de andere procedures zijn gekopieerd. De Belastingdienst weerlegt deze onderbouwing door te stellen dat de stukken voor de procedures van de BV misschien wel kopieën zijn van de stukken voor de IB.