01-06-2018

Bewijs voornemen BTW belaste prestaties

Een BTW-ondernemer moet de BTW die wordt betaald op inkomende prestaties (voorbelasting) aftrekken. Voorwaarde is wel dat deze prestaties worden gebruikt voor met BTW belaste uitgaande prestaties. Als ze deels voor met BTW belaste prestaties worden gebruikt, is de voorbelasting voor dat deel aftrekbaar.

Voornemen

Om BTW af te trekken, hoeft de BTW-ondernemer nog niet concreet met BTW belaste prestaties te verrichten. Het voornemen daartoe is voldoende. Dat heeft het Hof van Justitie van de EU al beslist in het in 1996 gewezen arrest INZO. Maar je moet dat voornemen dan uiteraard wel voldoende aannemelijk kunnen maken.

Dat is aan de orde in een uitspraak van de Rechtbank Gelderland. X BV houdt de aandelen van diverse BV’s. Aan één van die BV’s leent X BV € 200.000 uit. Het doel van de BV’s is om werkgevers en werknemers bij elkaar te brengen. En X BV zal voor de dochtervennootschappen managementtaken gaan verrichten. Het concern werd geherstructureerd en X BV trekt onder andere de BTW af, die zij betaalt op de daarmee gemoeide (advies)kosten. Mede door de economische crisis komen de activiteiten niet van de grond.

Naar aanleiding van een boekenonderzoek corrigeert de Belastingdienst die aftrek. Over de nageheven BTW wordt een verzuimboete opgelegd van 10%.

BTW-ondernemer

Niet in geschil is dat X BV BTW-opndernemer is. De BV geniet namelijk inkomsten (rente) uit de verstrekking van de geldlening. Maar over rente betaal je toch geen BTW? Dat klopt. Het verstrekken van gelden ten titel van lening is een van BTW vrijgestelde prestatie. Maar het verstrekken van de gelden is wel een prestatie in het economisch verkeer; een prestatie waar tegenover een vergoeding (de rente) staat. Voldoende voor het ondernemerschap in de BTW.

Door de verstrekte geldlening is X BV ondernemer. Maar omdat het uitlenen van gelden een van BTW vrijgestelde prestatie is, kan aan deze prestatie uiteraard geen aftrek van voorbelasting worden ontleend.

Bewijs

Voor het bewijs van de aftrek van BTW in verband met voorgenomen belaste handelingen, moet de BTW-ondernemer aan de hand van objectieve gegevens aannemelijk maken dat (zie het besluit over aftrek van BTW):

  • hij voor de beoogde, maar niet tot stand gekomen handelingen, BTW-ondernemer is (zie hiervoor);
  • het voornemen heeft om met BTW belaste handelingen te verrichten;
  • er een direct verband bestaat tussen de aanschaf van de goederen en diensten en de te verrichten belastbare handelingen.

X BV heeft aan de rechtbank geen stukken aangereikt waaruit blijkt welke werkzaamheden zij precies zou gaan verrichten, tegen welke vergoeding. Zij overlegde facturen van aan derden verrichte managementwerkzaamheden, maar die hadden betrekking op eerdere jaren. De verklaring die de DGA van X BV bij de rechtbank aflegt over het voornemen ziet de rechtbank niet als een voldoende objectief gegeven.

X BV maakte ook niet aannemelijk dat er een direct verband is tussen de kosten van de herstructurering en de voorgenomen belaste managementwerkzaamheden. X BV stelt dat de herstructurering nodig was om de werkzaamheden goed te kunnen uitoefenen. Maar volgens de rechtbank is het voor het verrichten van managementwerkzaamheden helemaal niet nodig om ook aandeelhouder te zijn.

Blauwe ogen

De moraal van deze uitspraak is: zorg, als je BTW aftrekt met het oog op voorgenomen belaste prestaties, voor een goed verhaal. Bij voorkeur gesteund door schriftelijke stukken. De Belastingdienst gelooft je niet op je blauwe ogen.