11-09-2017

Bestuurdersaansprakelijkheid voor voorzitter stichting

Als bestuurder kun je in privé aansprakelijk worden gesteld voor (onder andere) door de stichting of vereniging niet afgedragen loonbelasting.

Loonbelasting niet betaald

Een voorbeeld is de zaak waarin de Rechtbank Gelderland kortgeleden besliste. De belanghebbende is van september 2013 tot en met eind mei 2015 bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als voorzitter van de stichting. In dezelfde periode is een ander directeur van de stichting. Deze directeur heeft een volledige volmacht.

De Belastingdienst Utrecht legt de stichting de stichting voor een bedrag van ruim € 117.000 aan naheffingsaanslagen op in verband met niet betaalde loonbelasting. Deze aanslagen stemmen overeen met de ingediende aangiften. De stichting kan dit bedrag niet betalen. De Belastingdienst stelt de voorzitter er daarom in privé voor aansprakelijk op grond van bestuurdersaansprakelijkheid.

Bestuurdersaansprakelijkheid

Een stichting is een rechtspersoon. Dus zelfstandig drager van rechten en verplichtingen. De Belastingdienst moet de loonbelasting dus op de stichting zien te verhalen. Alleen indien een bestuurder onbehoorlijk heeft bestuurd, kan de Belastingdienst naast de stichting deze bestuurder in privé aansprakelijk stellen voor de niet betaalde loonbelasting. Dat wordt aangeduid als bestuurdersaansprakelijkheid.

Onbehoorlijk bestuur

Heeft de stichting op tijd gemeld dat de loonbelasting niet kon worden betaald (melding van betalingsonmacht), dan moet de Belastingdienst bewijzen dat sprake is van onbehoorlijk bestuur. Nu deze melding niet is gedaan, is het uitgangspunt dat sprake is geweest van onbehoorlijk bestuur. Om onder de bestuurdersaansprakelijkheid uit te komen, mag de voorzitter nog wel bewijzen dat niet aan hem te wijten is dat de melding betalingsonmacht niet is gedaan. Als hij daar in slaagt, is de bestuurdersaansprakelijkheid nog niet afgewend. Hij moet dan nog bewijzen dat het niet betalen van de belasting niet aan hem te wijten is.

De Rechtbank beslist dat de voorzitter niet heeft bewezen dat hij niets kon doen aan het niet melden van de betalingsonmacht. Aan het bewijs dat het niet betalen niet aan hem te wijzen is, komt de Rechtbank dan ook niet toe.

De voorzitter heeft ingebracht dat hij door de directeur is gevraagd om het voorzitterschap op zich te nemen. Hij heeft de directeur daarmee een dienst bewezen. Van de activiteiten van de stichting heeft hij geen verstand. Hij heeft de directeur wel gevraagd om inzage in de financiële positie van de stichting. De directeur heeft hem telkens mondeling geïnformeerd en steeds gemeld dat alles in orde was. De directeur heeft niet verteld dat de betalingen van de inkomsten van de stichting waren stopgezet en dat het personeel was opgezegd.

De Rechtbank beslist dat de voorzitter niet een adequate invulling heeft gegeven aan zijn rol als bestuurder van de stichting. De voorzitter heeft niet aannemelijk gemaakt dat het voor hem onmogelijk is geweest om inzage te krijgen in de gang van de zaken van de stichting, waaronder de financiële administratie.

Conclusie

Je hebt als bestuurder van een stichting, maar hetzelfde geldt ten aanzien van een vereniging (en eigenlijk elke rechtspersoon) de plicht om actief alle posities van de stichting te monitoren. Doe je dat niet of onvoldoende, dan ligt bestuurdersaansprakelijkheid op de loer. Vaak kun je die niet afwenden op je medebestuursleden, de directeur of andere bij de stichting of vereniging betrokken mensen.
In onze notitie Belastingplicht van stichting en vereniging lees je welke (fiscale) verplichtingen kunnen rusten op een stichting of vereniging.