08-01-2018

Aangifte schenkbelasting

Deze notitie is ook beschikbaar in pdf-format.

 

De schenkbelasting is een zogeheten aanslagbelasting. Dat houdt de volgende procedure in:

  • de Belastingdienst reikt aan de belastingplichtige een aangiftebiljet uit;
  • de belastingplichtige dient de stellig en zonder voorbehoud ingevulde aangifte in bij de Belastingdienst;
  • de Belastingdienst formaliseert naar aanleiding van de aangifte de verschuldigde schenkbelasting in een aanslag (eventueel afwijkend van de aangifte);
  • de belastingplichtige betaalt het op de aanslag verschuldigde bedrag[1].

Aangifte

De Belastingdienst kan het aangiftebiljet spontaan uitreiken aan ieder van wie zij vermoedt dat schenkbelasting moet worden voldaan. De Belastingdienst nodigt dan uit tot het doen van aangifte, maar belastingplichtige is wel wettelijk verplicht aan die uitnodiging gevolg te geven[2].

Reikt de Belastingdienst niet spontaan een aangiftebiljet uit, dan moet de belastingplichtige om uitreiking daarvan verzoeken[3]. De Belastingdienst kan in veel gevallen immers niet vaststellen dat een schenking heeft plaatsgevonden.

De belastingplichtige die het aangiftebiljet niet heeft ontvangen binnen 2 maanden na afloop van het jaar waarin de schenking heeft plaatsgevonden (dus vóór 1 maart), moet binnen 2 weken na afloop van voornoemde 2 maanden[4] de Belastingdienst verzoeken om een aangiftebiljet uit te reiken.

Voorbeeld

De schenking is gedaan op 1 februari 2017. Indien de Belastingdienst dan op 28 februari 2018 geen aangiftebiljet heeft uitgereikt, moet de belastingplichtige daar uiterlijk op 14 maart 2018 om hebben verzocht.

Downloaden

In het kader van de schenkbelasting is het overigens niet noodzakelijk om de Belastingdienst een formeel verzoek tot uitreiking van een aangiftebiljet te doen. Het aangiftebiljet kan worden gedownload van de website van de Belastingdienst, worden ingevuld en op papier aan de Belastingdienst worden verzonden (het is nog niet mogelijk om aangifte schenkbelasting in te dienen via elektronische weg). De Belastingdienst moet dit aangiftebiljet dan ontvangen vóór 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarin is geschonken.

Begiftigde

De verplichting tot betaling van schenkbelasting rust op de ontvanger van de schenking (de begiftigde). De begiftigde is daarom ook verantwoordelijk voor het tijdig verzoeken om uitreiking van een aangiftebiljet, alsmede voor de tijdige en volledige indiening van dat aangiftebiljet.

Schenker

Ook de schenker is verplicht om aangifte schenkbelasting te doen. Als de schenker geen aangiftebiljet heeft ontvangen, moet ook de schenker de Belastingdienst om uitreiking van een aangiftebiljet verzoeken.

Uitgangspunt is dat de schenkbelasting wordt betaald door de begiftigde. Maar de schenkbelasting mag ook voor rekening van de schenker komen. In dat geval is de door de schenker betaalde schenkbelasting uiteraard wel een (aanvullende) met schenkbelasting te belasten schenking.

Eén aangiftebiljet

Begiftigde en schenker kunnen de aangifte schenkbelasting samen doen op hetzelfde aangiftebiljet.

Op hetzelfde aangiftebiljet kan aangifte worden gedaan van schenkingen aan meerdere begiftigden. Er kan dan toch voor worden gekozen om iedere begiftigde een eigen aanslag schenkbelasting te laten ontvangen.

Belastbare schenking

Een aangifte schenkbelasting hoeft niet te worden ingediend (en dan hoeft uiteraard ook niet om uitreiking van een aangiftebiljet te worden verzocht) wanneer:

  • geen schenkbelasting is verschuldigd[5] en
  • geen beroep is gedaan op een andere dan de reguliere vrijstellingen.

Er zijn twee reguliere vrijstellingen. Deze bedragen voor 2017:

  • voor schenkingen aan kinderen: € 5.320;
  • voor overige schenkingen: € 2.129.

Op alle andere vrijstellingen moet expliciet een beroep worden gedaan. Doordat dit beroep in de aangifte moet worden gedaan, moet in die gevallen toch een aangifte worden ingediend, ondanks dat geen schenkbelasting is verschuldigd[6].

Betaling

De verschuldigde schenkbelasting moet worden betaald binnen 8 weken na de dagtekening van de aanslag. Deze betalingstermijn wordt op het aanslagbiljet vermeld.

Verzuimboete

In het kader van de schenkbelasting kunnen de volgende verzuimboetes worden opgelegd:

  • wegens het niet of niet tijdig indienen van een door de Belastingdienst uitgereikt aangiftebiljet;
  • wegens het niet of niet tijdig verzoeken om uitreiking van een aangiftebiljet.

Het niet of te laat betalen van de op de aanslag verschuldigde schenkbelasting kan uiteraard niet leiden tot het opleggen van een boete. De schenkbelasting is immers een aangiftebelasting, geen afdrachtbelasting. Bij betaling na de uiterste betaaldatum brengt de Belastingdienst wel belastingrente in rekening.

Niet (tijdig) indienen aangifte

Als de Belastingdienst een aangiftebiljet heeft uitgereikt, wordt daarop vermeld voor welke datum het moet zijn ingediend. Indien de Belastingdienst het aangiftebiljet niet uiterlijk op die datum ontvangt[7], wordt een aanmaning uitgereikt, met daarin een (nieuwe) uiterlijke inleverdatum[8]. Als de aangifte ook voor laatstgenoemde datum niet is ingeleverd, kan de Belastingdienst een verzuimboete opleggen van € 369[9]. In uitzonderlijke gevallen kan een hogere boete worden opgelegd, tot maximaal het wettelijk maximum van € 5.278.

Niet (tijdig) verzoeken om uitreiking

Op het niet of niet tijdig verzoeken om de uitreiking van een aangiftebiljet, in gevallen waarin de wet dat eist, staat een verzuimboete van € 2.639[10]. In uitzonderlijke gevallen kan een hogere boete worden opgelegd, tot het wettelijk maximum van € 5.278[11].

Kenmerk van een verzuimboete is dat niet van belang is in welke mate de belastingplichtige de overtreding kan worden verweten. De enkele omstandigheid dat niet of niet tijdig aan een uit de wet voortvloeiende verplichting is voldaan, voldoet om de verzuimboete te kunnen opleggen. Alleen in de uitzonderlijke situatie van afwezigheid van alle schuld moet de Belastingdienst afzien van het opleggen van een verzuimboete.

Het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst bevat mogelijkheden om de Belastingdienst te verzoeken om bij de bepaling van de strafmaat (de hoogte van de boete) rekening te houden met strafverminderende omstandigheden. De praktijk leert dat de Belastingdienst met dergelijke omstandigheden niet spontaan rekening houdt (verzuimboeten worden vaak geautomatiseerd opgelegd), maar dat er een beroep op moet worden gedaan, bijvoorbeeld via een bezwaarschrift gericht tegen de opgelegde boete.

VWGNijhof

Heb je vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze notitie? Neem dan contact met ons op.

Natuurlijk ontzorgen wij je graag door de planning, vastlegging en afwikkeling van je schenkingen voor je te regelen. Voor de schenking(en) die je in 2017 hebt gedaan, moet in de eerste 2 maanden van 2018 de aangifte(n) schenkbelasting worden ingediend.

 

Deze notitie is bedoeld om een regeling in grote lijnen uiteen te zetten. Met het oog op de leesbaarheid zijn zaken daarom vereenvoudigd weergegeven.

VWGNijhof accountants en belastingadviseurs is daarom niet aansprakelijk voor de gevolgen van handelingen die naar aanleiding van deze notitie wel of niet zijn uitgevoerd.

 

Voetnoten

[1] Uiteraard alleen indien de aanslag akkoord is. Zo niet, dan kan er bezwaar en beroep tegen worden aangetekend (deze procedure wordt in deze notitie niet verder uitgewerkt).

[2] Artikel 40 Successiewet 1956 en artikel 6 AWR.

[3] Artikel 6, lid 3 AWR jo artikel 2, lid 3 Uitvoeringsregeling AWR.

[4] Artikel 6, lid 3 AWR, jo artikel 2, lid 4 Uitvoeringsregeling AWR.

[5] Artikel 2 Uitvoeringsregeling AWR geldt ten aanzien van een belastbare schenking.

[6] Uit de rechtspraak blijkt dat niet op een andere manier dan via een aangiftebiljet het beroep op een vrijstelling kan worden gedaan.

[7] Het is mogelijk om voor de indiening van een aangifte schenkbelasting uitstel te vragen. Dan mag de aanmaning uiteraard pas worden uitgereikt nadat de uitsteltermijn is verlopen zonder dat de aangifte is ingediend.

[8] §21, lid 4 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst bepaalt dat een verzuimboete alleen kan worden opgelegd nadat aan een in een aanmaning vermelde inlevertermijn niet is voldaan.

[9] §21, lid 2 van het Besluit Bestuurlijke boeten Belastingdienst bepaalt dat de verzuimboete bedraagt: 7% van het wettelijk maximum.

[10] §24b van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst bepaalt dat de verzuimboete bedraagt: 50% van het wettelijk maximum.

[11] Het wettelijk maximum van artikel 67ca, lid 1, onderdeel a AWR.